Een angststoornis is meer dan af en toe ergens tegenop zien. Het is een aanhoudend gevoel van angst dat zo sterk is, dat het je dagelijks leven in de weg staat. Bijna iedereen voelt weleens angst. Dat is normaal en zelfs nuttig, want angst waarschuwt je voor gevaar. Maar bij mensen met een angststoornis is die angst er ook als er geen echt gevaar is. Het gevoel houdt niet op en wordt soms zelfs sterker. Dat maakt het zwaar, zowel voor de persoon zelf als voor de mensen om hem of haar heen.
Verschillende vormen van angstproblemen
Er zijn meerdere soorten angststoornissen, en ze zijn niet allemaal hetzelfde. Bij een paniekstoornis krijgt iemand plotseling een paniekaanval. Het hart klopt snel, de ademhaling gaat omhoog en de persoon denkt soms dat er iets ernstigs mis is. Na zo’n aanval leeft iemand vaak in angst voor de volgende. Bij een sociale fobie is iemand bang voor situaties waarin anderen hem of haar beoordelen. Denk aan spreken voor een groep, maar ook gewoon een gesprek voeren kan al een grote drempel zijn. Gegeneraliseerde angst is weer anders: iemand maakt zich dan over van alles zorgen, de hele dag door. Over gezondheid, werk, relaties of de toekomst. Er is geen duidelijke aanleiding, de ongerustheid is er gewoon altijd. Naast deze vormen bestaan er ook specifieke fobieën, zoals angst voor spinnen, hoogtes of vliegen. Die angst is gericht op één bepaald ding of situatie.
Hoe een angststoornis zich laat zien
Angstklachten uiten zich op meerdere manieren tegelijk. Lichamelijk kan iemand last hebben van trillen, hoofdpijn, buikpijn, een druk op de borst of snel ademhalen. Die klachten voelen echt en kunnen heel vervelend zijn. Tegelijk spelen er ook gedachten mee. Iemand denkt steeds aan nare dingen die kunnen gebeuren, ook als de kans klein is. Dat soort gedachten zijn moeilijk te stoppen. In het gedrag zie je dat mensen met een angststoornis situaties gaan vermijden. Ze gaan niet meer naar feestjes, weigeren met de auto te rijden of durven hun huis niet meer uit. Dat vermijden geeft even rust, maar op de lange termijn wordt de angst er groter door. De wereld wordt steeds kleiner en dat heeft gevolgen voor het hele leven.
Oorzaken en wie er last van kan krijgen
Angststoornissen komen veel voor. Naar schatting heeft ongeveer één op de vijf mensen er in zijn of haar leven mee te maken. Zowel kinderen als volwassenen kunnen er last van krijgen, al begint het bij veel mensen al op jonge leeftijd. De oorzaken zijn niet altijd duidelijk. Erfelijkheid speelt een rol: als iemand in de familie een angststoornis heeft, is de kans iets groter dat jij er ook een krijgt. Maar ook ingrijpende ervaringen, zoals een ongeluk, misbruik of een langdurig stressvolle periode, kunnen bijdragen. Hoe iemand van nature omgaat met spanning, speelt ook mee. Mensen die van zichzelf al snel piekeren of perfectionistisch zijn, hebben een iets hogere kans op het ontwikkelen van intense angstgevoelens. Dat wil niet zeggen dat iedereen met die eigenschappen een stoornis krijgt, maar het geeft wel inzicht in waarom de ene persoon er meer last van heeft dan de andere.
Behandeling en wat helpt
Het goede nieuws is dat een angststoornis goed te behandelen is. De meest gebruikte behandeling is cognitieve gedragstherapie, ook wel CGT genoemd. Daarbij leert iemand om anders naar zijn of haar angstgedachten te kijken en ze stap voor stap te toetsen aan de werkelijkheid. Een onderdeel van die therapie is exposure: iemand gaat bewust de situaties opzoeken die hij of zij angstwekkend vindt, in een veilige en begeleide omgeving. Dat klinkt spannend, maar het helpt de hersenen te leren dat de gevreesde situatie niet zo gevaarlijk is als het voelt. Soms worden er ook medicijnen ingezet, zoals bepaalde antidepressiva die ook bij angst werken. Die worden dan vrijwel altijd gecombineerd met therapie. Naast professionele hulp helpt het ook om goed voor jezelf te zorgen: voldoende slapen, bewegen en minder cafeïne en alcohol gebruiken. Praten met iemand die je vertrouwt kan ook opluchten, al lost het de onderliggende angst niet op. De eerste stap is het herkennen dat er iets speelt en daarna hulp zoeken bij een huisarts of psycholoog.
Veelgestelde vragen
Kan een angststoornis vanzelf overgaan?
Bij een angststoornis gaat de angst zelden vanzelf over. Zonder behandeling kan het gevoel zelfs toenemen, omdat mensen steeds meer situaties gaan vermijden. Professionele hulp, zoals therapie, maakt een groot verschil. Hoe eerder iemand hulp zoekt, hoe makkelijker het herstel doorgaans is.
Wat is het verschil tussen gewone angst en een angststoornis?
Gewone angst is een normale reactie op een echte bedreiging of spannende situatie. Een angststoornis is er wanneer de angst buitensporig sterk is, lang aanhoudt en het dagelijks functioneren belemmert, ook als er geen echte dreiging is. Het gaat dus om de ernst, de duur en de gevolgen voor het leven van iemand.
Kunnen kinderen ook een angststoornis hebben?
Ja, kinderen kunnen ook een angststoornis hebben. Bij kinderen uit intense angst zich soms anders dan bij volwassenen. Ze kunnen buikpijn of hoofdpijn krijgen, nachtmerries hebben of weigeren naar school te gaan. Een kinderpsycholoog kan helpen om de angst te herkennen en aan te pakken met passende behandeling.
Helpt medicatie bij een angststoornis?
Medicatie kan helpen bij een angststoornis, maar wordt bijna altijd gecombineerd met therapie. Bepaalde antidepressiva kunnen angstklachten verminderen. Ze lossen de oorzaak niet op, maar geven soms wel de ruimte om therapie beter te kunnen volgen. De huisarts of psychiater beslist samen met de patiënt of medicatie een goede optie is.

Geef een reactie